Nadat de kleileem was afgegraven bij de leemgroeve, werd deze middels het smalspoor met behulp van een diesellocomotief naar de vormloods getransporteerd. Nabij de vormloods was een pompinstallatie aanwezig. Uit de ruim 40 meter diepe put werd water omhoog gepompt. De klei werd samen met het water en kalk machinaal vermengd. Tijdens dit proces werden ook o.a. keien uit de klei gezeefd. Vervolgens werd de kleimassa tot een lange streng geperst en met behulp van staaldraden tot kleihompen gesneden. De kleihompen werden hierna door zaagsel gerold, voor ze in de vormbakken werden geperst tot zogenaamde ‘groenlingen’. Dit zorgde ervoor dat de stenen eenvoudiger uit de vormbakken gehaald konden worden en daarnaast zorgde het zaagsel tijdens het bakproces voor een onregelmatige oppervlaktestructuur van de handvormstenen. Vervolgens namen diverse machines het werk weer over voor afstrijken van de overtollige klei, het omkeren van de vormbakken op planken en het transport van de groenlingen via een ingenieus kabelsysteem, in 1935 geïnstalleerd, richting de droogloodsen.

De vormloods met steenpers, (stoom)machinekamer, watertoren en de pompinstallatie zijn nog aanwezig op het terrein van Steenfabriek de Werklust!

Sluit Menu